Terug naar het overzicht

Rijden op waterstof heeft de toekomst (1)

18 juli 2019

Waar iedereen nu inzet op elektrisch rijden, daar heeft waterstof misschien wel veel meer toekomst. Een verkenning van wat weleens de grootste revolutie in mobiliteit zou kunnen worden. Wat betekent dit voor u?

Onlangs sprak ik een lector duurzame mobiliteit. Hij vertelde dat er wereldwijd strijd wordt gevoerd tussen rijden op waterstof en op stroom. Ik was hogelijk verbaasd: in de media horen we immers alleen over elektrisch rijden. Maar hij hield voet bij stuk, en sterker nog: waterstof heeft goede papieren om uiteindelijk aan het langste eind te trekken.

Waar we nu staan

Op dit moment staat waterstof nog behoorlijk op achterstand. Er rijden nog geen honderd waterstofauto’s in Nederland, al groeit dat aantal gestaag. Op de markt zijn nu twee waterstofauto’s beschikbaar Hyundai Nexo en Toyota Mirai.

De grootste uitdaging van dit moment voor waterstofauto’s is dat er slechts vier tankstations zijn: in Rhoon, Arnhem, Delfzijl en Helmond. In 2025 zouden het er al vijftig moeten zijn en dat is vooralsnog beduidend lastiger dan voor benzine en diesel. Tegen die tijd zouden er zomaar vijftienduizend waterstofauto’s op de weg kunnen zijn, zegt het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

De techniek

Wanneer je je tank hebt gevuld met waterstof, ga je de weg op. De waterstof wordt onder hoge druk (700 bar) in de ‘brandstofcel’ gebracht, waar het in aanraking komt met zuurstof uit de lucht. In de chemische reactie die dan plaatsvindt, ontstaat elektriciteit die de elektromotor aandrijft. Uit de uitlaat komt alleen pure waterdamp. In een tank gaat een paar kilo waterstof. Gemiddeld kun je zo’n 100 kilometer rijden op een kilo (10 euro). Met een volle tank kun je zo’n vijfhonderd kilometer rijden.

Drie soorten waterstof

Waterstof klinkt heel schoon maar is dat ook zo? Er zijn momenteel drie soorten waterstof.

  • Zo’n negentig procent van alle waterstof is momenteel grijze waterstof. In een fabriek wordt ouderwets aardgas gespleten in twee elementen: waterstof en CO₂. Wanneer je het broeikasgas gewoon laat ontsnappen, komt er van alle duurzame bedoelingen natuurlijk niks terecht. Omdat je geen last hebt van fijnstof is het wel ietsje beter dan benzine en diesel, maar nog steeds is dit een slechte oplossing.
  • Als je de CO₂ weet af te vangen, spreken we van blauwe waterstof. Die CO₂ zou je op kunnen slaan onder de grond of je zou er in de tuinbouw planten mee kunnen laten groeien.
  • Ten slotte is er groene waterstof. Wanneer je in staat bent om (via elektrolyse) elektriciteit – die komt van wind of zon – om te zetten in waterstof en die te vervoeren, ben je het meest duurzaam bezig. Het heeft namelijk geen enkele CO₂-footprint. Je hoort weleens de vraag: waarom zetten we niet de hele Sahara vol met zonnecellen? Het antwoord is dan vaak: omdat je de opgewekte energie dan nog moet vervoeren. Waterstof is in potentie een prachtig transportmiddel van energie.

In de blog van volgende maand: Waarom zou waterstof de strijd weleens kunnen winnen?

Auteur: Basti Baroncini

Delen via