Terug naar het overzicht

Nu al experimenteren met elektrische bedrijfswagens is interessant

6 april 2022

De elektrische personenauto, die kennen we inmiddels wel. Ondertussen heeft de elektrische bestelwagen ook zijn entree gemaakt. Veel bedrijven worstelen nog met de vraag hoe zij het elektrificeren van hun bestelwagenpark moeten aanvliegen. Tegelijkertijd nemen maatschappelijke en wetgevende druk toe. Het goede nieuws is: het hoeft niet in één keer. Wel is het zo dat nu beginnen een goede uitgangspositie geeft voor de komende jaren.

Het elektrificeren van het bedrijfswagenpark is voor steeds meer ondernemers punt van aandacht. Een deel van de bedrijven kiest hiervoor vanuit een intrinsieke motivatie, bijvoorbeeld omdat dit een onderdeel is van hun missie en visie. Naar waarschijnlijkheid zal een groter deel vanuit de regelgeving gestuurd worden of gemotiveerd worden door bijvoorbeeld een CO2-prestatieladder. Waar bij personenauto’s de vraag vooral werd aangewakkerd door de bijtelling voor leaserijders, zal dit bij bedrijfswagens met name gebeuren vanuit opgelegde regels.

Veel nieuwe (klimaat)regels zullen nog volgen – we hebben immers net een nieuw kabinet. Maar de richting is wel duidelijk. Denk alleen al aan de milieuzones in de binnensteden van grote steden. In Amsterdam bijvoorbeeld, mogen nieuwe voertuigen vanaf 2025 uitsluitend emissieloos zijn. Voor bestaande dieselauto’s is er, afhankelijk van hun euronormering, nog een overgangsregeling maar ergens houdt het een keer op. Bedrijven die de binnenstad bedienen of er werkzaamheden moeten verrichten waardoor ze met een bestelbus de stad in moeten, zullen hierover moeten nadenken voordat ze stadscentra niet meer mogen betreden.

Fabrikanten zullen inzetten op EV

Autofabrikanten zitten al volop in de energietransitie. De opvolger van de Euro-6 norm is Euro-7, maar deze is technisch heel complex. Het is nog maar de vraag of fabrikanten überhaupt voertuigen volgens deze norm zullen ontwikkelen. Ze zullen vermoedelijk nog meer inzetten op EV’s. Een tweede element is dat bedrijven op een gegeven moment ook zelf hun CO2-prestaties moeten gaan meten en rapporteren. Daarop nu al voorsorteren en alvast experimenteren met elektrisch rijden is interessant, ook omdat er subsidies voor EV-bestelwagens bestaan zoals de SEBA (Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s) en de vrijstelling van motorrijtuigenbelasting en BPM tot 2025.

Hiermee komen we bij het derde element: de eerste merken hebben al elektrische bedrijfswagens op de markt gebracht. Met het huidige aanbod is er de gelegenheid om te experimenteren: voor welke ritten kunnen we EV inzetten? Hoeveel ritten kunnen we maken op een accu en hoe pakken we het opladen aan? Daar ligt een kans. Verschillende bedrijven hebben we al geholpen met het inventariseren van hun behoefte en ook met daadwerkelijk testen. Zo komen we er samen achter of bepaalde werkzaamheden uit te voeren zijn met een EV.

Ga de oplaaduitdaging aan

De ‘oplaaduitdaging’ is een belangrijke overweging bij de inzet van EV’s. Organisaties met bedrijfswagens die een beperkt aantal kilometers maken en die aan het einde van de dag een vaste oplaadplek hebben, zijn de eerste die over kunnen stappen. Anders is het bij organisaties waar bedrijfswagens lange ritten maken met zware beladingen. De technologie zal daar uiteindelijk een oplossing voor moeten vinden. Ieder bedrijf gebruikt voertuigen anders en heeft een ander vertrekpunt. Waar gebruik je de voertuigen voor? Welke kunnen in aanmerking komen voor elektrificatie? En welke bedrijfswagens móet je wel elektrificeren, bijvoorbeeld om in milieuzones te mogen rijden?

Samen met je mobiliteitspartner kun je dit in kaart brengen om tot een plan van aanpak te komen. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat bepaald werk nog niet te elektrificeren is met de huidige technologie. Dan kun je kijken hoe je dat op een andere manier kunt oplossen. Misschien wel door tussentijds te laden op een werkdag of door processen anders in te richten. Als je er bijvoorbeeld achter komt dat een medewerker in Amsterdam niet zijn gebruikelijke tien stops op een werkdag kan doen met een EV, dan zou je misschien twee voertuigen kunnen inzetten. Of een oplaad-hub creëren aan de rand van de stad waarvandaan je het werk verricht. Let daarbij wel op dat de doorlooptijd van een verzwaring van de laadinfrastructuur afhankelijk is van de regio en situatie. Breng dit goed in kaart voor je onderneming zodat je wat betreft kosten en tijdsduur weet waar je aan toe bent.

Overschakelen naar EV hoeft niet altijd direct

Een conclusie kan zelfs zijn dat voor een bepaalde taak EV op dit moment nog niet haalbaar is. Maar ook dan kun je anticiperen op deze kennis. Bijvoorbeeld door kortere leasecontracten aan te gaan, zodat je sneller kunt overschakelen naar EV zodra het marktaanbod dit mogelijk maakt. Naast de mogelijkheden zijn ook de bedrijfsdoelen deel van je plan. Doe je dit vanuit ideële overwegingen of denk je juist straks vast te lopen in de regelgeving als je het werk op de huidige manier blijft uitvoeren. Past het bij de medewerkers en wat is er precies nodig om te veranderen? Over meerdere assen zul je moeten inventariseren om de sweet spot voor EV-bedrijfswagens te vinden.

Als het gaat om het aanbod van elektrische bedrijfswagens bestaat er overigens een verschil tussen de werkelijke en de geadverteerde eigenschappen van deze voertuigen. Op zich is er niets nieuws onder de zon (‘dieselgate’ ligt ons nog vers in het geheugen), maar met name de actieradius van het accupakket is ondertussen wel bepalend voor de toepasbaarheid van een EV. Om hier een realistisch beeld van te krijgen, hebben wij onze testprocedures aangepast zodat deze de praktijksituatie van onze klanten zoveel mogelijk reconstrueren. Wij rusten EV’s bijvoorbeeld uit met de inbouw waar deze in de praktijk mee zouden rijden en testen ook in de wintermaanden, wanneer accu’s minder presteren dan wanneer het warmer is.

Geef de berijder voldoende aandacht

Behalve een rekensom is overschakelen naar EV ook vanuit managementperspectief een aandachtspunt. Uiteindelijk vraagt het een verandering van gedrag en dat betekent dat de medewerking van berijders een van de kritische succesfactoren is. Bij personenauto’s zorgde de bijtelling wel voor een hoge mate van commitment onder berijders; het scheelde hen immers geld. Maar een stukadoor of servicemonteur wil ook gewoon het werk goed kunnen uitvoeren. Weerstand ontstaat waar een nieuwe oplossing hen hierin beperkt. Het advies is om hen goed mee te nemen in de besluitvorming. Attendeer hen op de veranderende regelgeving en spreek ook hun intrinsieke motivatie aan; veel mensen vinden het namelijk fijn om een positieve bijdrage te leveren aan de energietransitie. En tenslotte zal de gebruiker zelf het rijden en werken met een EV moeten kunnen ervaren om overtuigd te raken.

Over die energietransitie: dit lijkt soms een langzaam proces. Maar tegelijkertijd vindt er in een relatief korte periode een grote verandering plaats. Deze hoeft niet altijd groots en meeslepend te zijn. Niemand hoeft in één keer een volledig wagenpark te elektrificeren. Het kan ook in stappen gaan. Maar doe in elk geval ervaring op, want alleen dan maak je goed onderbouwde keuzes.

René de Jong, General Manager bij Terberg Business Mobility

Delen via