Terug naar het overzicht

Hoe flexibel is de mobiliteit van de werknemers?

28 mei 2018

Veel werkgevers zetten vol in op flexibiliteit als het gaat om mobiliteit. Keuzevrijheid is het toverwoord: medewerkers moeten frank en vrij kunnen kiezen hoe ze naar het werk komen. Maar in de praktijk ligt dat genuanceerder. Flexibiliteit tot op bepaalde hoogte.

Op maandag met de trein komen, dinsdag met de fiets en woensdag met de auto. En de werkgever moet ál die keuzes vervolgens aanbieden. Werkgevers denken vaak dat werknemers maximale keuzevrijheid willen hebben.

Maar in de praktijk is dat een illusie. Verreweg het allergrootste deel van de werknemers denkt één keer na over de af te leggen route, maakt een keuze, en blijft dat vervolgens doen. De psychologische wetenschap zegt immers dat we gewoontedieren zijn. We hebben helemaal geen zin om elke dag een nieuwe afweging te maken. Eén keer nadenken, en – voorlopig –  klaar. Natuurlijk zijn er af en toe heroverwegingen (je crèche verandert de ophaaltijden, er gaat een nieuwe snelweg open, etc.) maar dat is eerder een kwestie van jaarlijks, dan van maandelijks of zelfs wekelijks.

Afwijkingen op de regel

Het overgrote deel van de mensen is een gewoontedier, en kiest simpelweg één vervoersmiddel om naar het werk te komen. Flexibiliteit bestaat er dan niet uit om steeds al die andere opties óók aan te bieden. Flexibiliteit bestaat eruit om de afwijkingen op de regel eenvoudig te faciliteren.

Stel je een medewerker voor die ervoor kiest elke dag 10 kilometer te komen fietsen naar het werk. Van de 20 werkdagen in de maand, gaat dat in 18 gevallen goed. Maar op twee dagen regent het ’s morgens gewoon pijpenstelen. Flexibiliteit betekent dan vooral dat je op díe dagen niet moeilijk doet over de vergoeding van auto- of buskilometers.

Wél flexibele mobiliteit

Een klein deel van de mensen vraagt wél om dagelijkse of wekelijkse flexibiliteit. Mensen die veel bij klanten zijn bijvoorbeeld, of jongere generaties die op verschillende locaties werken flexwerken. Voor hen moet je andere oplossingen bedenken. Maar voor veel organisaties is deze groep zeker niet de hoofdmoot.

Monitoren van de mobiliteit

Wat wél slim is, is om de keuzes van je medewerkers te monitoren. Met andere woorden: houd bij hoe mensen daadwérkelijk naar hun werk komen, en splits dat uit naar vervoersmiddel, én naar vast of incidenteel. Wanneer je namelijk weet hoe mensen in de praktijk écht reizen, kun je ook je HR-inspanningen daarop inrichten. Wordt maar 1 procent van de reizen met de trein afgelegd, dan moet je je afvragen hoeveel HR-uren daarin moeten gaan zitten.

Een andere tip is om in de jaarlijkse functioneringsgesprekken te vragen naar mogelijke blokkades om te verduurzamen. Soms is en blijft de auto gewoon het állerbeste middel. Maar in sommige gevallen is de blokkade om af en toe de fiets te nemen snel en makkelijk weg te nemen.

Auteur: Basti Baroncini

Delen via